In 2009 is het aantal Nederlanders dat online is gestegen naar 93 procent. Dit is tien procent meer dan in 2005. Het plafond lijkt bereikt te zijn want personen zonder internettoegang hebben hier vaak een duidelijke reden voor. Voor bedrijven betekent het dat de uitdaging niet meer ligt in het verhogen van het aantal gebruikers maar wel in het intensiveren van het gebruik. Toch kan het gebruik naar verwachting toenemen naar 99 procent.
Gebruik zal doorstijgen naar 99 procent
De meest genoemde reden om niet te internetten is gebrek aan interesse. Zo’n vijf procent van de Nederlanders noemt dit als reden. Gebrek aan kennis is de reden voor één procent van de Nederlanders om niet online actief te zijn. Deze groepen zullen naar verwachting op termijn verdwijnen. Daardoor zal de adoptie van het internet geleidelijk doorstijgen naar 99 procent. De overige procent, die om financiële redenen geen toegang heeft, zal vermoedelijk altijd blijven bestaan.
Verwachting: ook laatste Nederlanders online
Momenteel bevindt de adoptiecyclus van het internet via vaste aansluitingen zich in de rijpheidsfase. In deze fase treden de achterblijvers toe, de zogenaamde ‘laggards’. Met het toetreden van de laggards is de adoptie volledig voltooid.




